20 Juli 2006
De Volkskrant
René kon niet goed
meekomen op school
Reportage Van onze verslaggever Merijn Rengers
AMSTERDAM
- De eerste dag van de strafzaak tegen René van den Berg staat in het
teken van zijn Gooise achtergrond. René was niet goed op school en
redde het ook al niet als superbelegger.
OM eist vijf jaar tegen belegger Van den Berg
Het
ging hem niet om het geld, zegt René van den Berg in de rechtszaal in
Amsterdam. En het ging hem ook niet om de glamour, of om het kopen van
zo veel mogelijk dure auto’s, zegt zijn advocaat Cees Korvinus.
Nee,
René van den Berg haalde tientallen miljoenen op bij beleggers om
aardig te worden gevonden. Om respect te oogsten in zijn directe
omgeving. Dat bezweren de van grootschalige oplichting verdachte
superbelegger en zijn raadsman woensdag bij de rechter.
Het is
een van de laatste Van den Berg-shows dit jaar. De strafzaak wordt op
de voet gevolgd door pers en vrienden van de Hilversummer. Vandaag
staan het pleidooi en de strafeis van de officier van justitie op de
rol. Op 14 augustus volgt het vonnis.
‘Ik ben nooit voor vol
aangezien’, zegt Van den Berg op de eerste dag van zijn strafzaak. ‘Ik
was niet goed op school en ben altijd blijven opkijken tegen mensen met
een titel. Tegen intellectuelen en mensen die hadden doorgeleerd. Ik
was maar een gewone zakenman.’
Van den Berg heeft vooral zijn
broer hoog zitten, blijkt op de zitting. Terwijl de jonge René op het
Comenius College in Hilversum vaak blijft zitten en uiteindelijk zonder
diploma van school moet, fietst zijn broer fluitend door zijn
middelbare-schooltijd en studeert daarna verder. René is daar jaloers
op, blijkt uit het psychologisch onderzoek naar zijn achtergrond.Zijn
start op de arbeidsmarkt bevestigt zijn minderwaardigheidsgevoel.
Terwijl zijn vader succesvol is bij de Bank of America en zijn broer
het goed doet op school, begint René als uitbater van een
tenniskantine. In de wintermaanden, als er niet buiten wordt getennist,
voorziet Van den Berg in zijn onderhoud door de melkboer te helpen en
bij te klussen als tuinman.
De inhaalrace met zijn omgeving
begint daarna. Zijn vader helpt hem aan een baantje bij de huidige Kas
Bank waarna Van den Berg doorrolt in de financiële sector. Daar vervult
hij een aantal middenkaderfuncties, voordat hij midden jaren negentig –
na een lelijk akkefietje bij een Belgische bank – binnenkomt bij
Intervaluta, een Fries bedrijf waar Van den Berg in tien jaar tijd
furore maakt. Eerst als een gevierd belegger en daarna als de man die
een van de grootste beleggingsschandalen uit de Nederlandse
geschiedenis op zijn naam heeft.
En dat allemaal om voor vol te
worden aangezien, verzucht hij. ‘Eén boekje heb ik geschreven. Maar dat
was maar een heel dun boekje dat ik ook nog samen met Hans Böhm heb
gemaakt. Terwijl de andere mensen met wie ik werkte allemaal echte
boeken hadden geschreven en titels hadden.’Door de beleggingen, door de
spanning en de feeststemming die Van den Berg in zijn omgeving teweeg
bracht, steeg hij uit boven zichzelf: de zittenblijver uit het Gooi,
die het nooit zo ver zou schoppen als zijn broer.
‘Het was zo
fijn als iedereen op de tennisclub mij een hand kwam schudden’, zegt
hij tegen de rechter. ‘Het was echt kicken toen de tennisvereniging die
ík sponsorde Nederlands kampioen werd. Dat had ík geregeld. Ik had
vedetten als Martin Verkerk en John van Lottum naar Hilversum gehaald.
Iedereen wilde erbij horen.’
Het uitgebreide exposé past in het
plaatje dat Van den Berg van zichzelf wil schetsen. Dat van de
statusbeluste, lieve jongen, die over het randje ging om aardig
gevonden te worden, maar nooit doelbewust mensen heeft opgelicht. Het
miljoenenspel dat hij opzette, is hem boven het hoofd gegroeid en
daardoor fataal geworden, houdt hij de rechtbank voor.
‘Ik heb
nooit gebrast met al dat geld’, zegt hij schuldbewust. ‘Ik heb enorme
spijt dat het zo is gelopen, maar ik ben er niet rijk van geworden.
Vrienden vroegen me vaak: waarom blijf je in dat lullige buurtje in
Hilversum wonen? Maar ik heb altijd alleen naar de mensen gekeken en
niet naar het geld. Ik ben heel sociaal.’
Het Openbaar
Ministerie (OM) denkt daar anders over, maar onthoudt zich woensdag van
commentaar. Vandaag krijgt de officier van justitie ruim baan om uit te
leggen dat Van den Berg wel degelijk kwaad in de zin had en doelbewust
beleggers geld uit de zak klopte. Ook zal de officier ingaan op de
grote sommen contant geld waarmee Van den Berg in Zwitserland en
Liechtenstein heen en weer sleepte.
Met dat geld probeerde Van
den Berg onder meer een potje voor zijn vrouw te creëren, waar
schuldeisers en de curator niet aan konden komen.
Maar dat
niet alleen, zegt het OM. Van den Berg zou ook crimineel geld hebben
witgewassen via contante stortingen, ingenieuze overboekingen en
hypotheken, en de aankoop van een kantoorpand in Aalsmeer.
Dat
zijn niet de trucs die je verwacht van de man die belegger Van den Berg
zegt te zijn: de aardige Hilversumse jongen, die te ver ging om aardig
en slim gevonden te worden.
