19 Juli 2006
Nederlands Juridisch dagblad
Strafzaak Gooise
tennissponsor René van den Berg van start
Over 1440 benadeelden met een totale vordering van € 127.296.608,59
Vandaag
vangt de inhoudelijke zitting in de zaak van de (vermoedelijk)
vermogensverspelende tennissponsor aan, René van den Berg. Woensdag en
donderdag wordt bij de rechtbank te Amsterdam de strafzaak tegen deze
nu al roemruchte verdachte behandeld.
De zitting is het gevolg
van een onderzoek van de FIOD-ECD (Fiscale Inlichtingen- en
Opsporingsdienst en Economische Controledienst), onder leiding van het
Functioneel Parket, naar vermoedelijke fraude. Een deel van de
benadeelden, die hun René nog steeds beschouwen als een financiële
moeder Teresa (misschien is er weer een 'gerechtelijke dwaling van
Justitie', sprak een gedupeerde op de radio) worden overigens niet
vervolgd voor lichtzinnigheid, een denkbeeldig delict in de strafwet.
Verdenkingen: oplichting, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in
geschrifte en witwassen
Het Functioneel Parket licht de zaak als volgt helder toe:
Aanleiding
van het onderzoek was een aantal aangiften van; De Nederlandsche Bank,
de Autoriteit Financiële Markten (AFM ), een bericht van de Zwitserse
autoriteiten en een aangifte van de curator in het faillissement van de
verdachte. De strafbare feiten die uit het onderzoek zijn gekomen zijn
onder meer; oplichting, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrift
en witwassen.
Verdachte leende geld van natuurlijke personen. De
inleggers werd voorgehouden dat het geld belegd zou worden en dat de
door hun uitgeleende gelden grote winsten op zouden leveren, tot meer
dan 100 % per jaar. Het OM is van mening dat deze beleggingen in
werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden.
Met gebruikmaking van
een contract en een aantal kwitanties heeft verdachte geprobeerd deze
beleggingen aannemelijk te maken. Uit verklaringen van betrokken
personen blijkt dat deze stukken vermoedelijk vals zijn.
Toen
verdachte failliet werd verklaard, heeft hij de curator niet juist
geïnformeerd over een tweetal bankrekeningen die hij tot zijn
beschikking had, te weten de Raiffeisenbank te Liechtenstein en de Bank
Leu te Zwitserland. Ook heeft hij, tijdens zijn faillissement, een
schuldeiser bevoordeeld.
Via de curator hebben 1440 benadeelden zich gemeld met een totale
vordering van € 127.296.608,59.
Tenslotte
heeft verdachte vanaf zijn rekening in Zwitserland, via onder meer een
Zwitserse rechtspersoon, getracht geld terug naar Nederland te laten
vloeien. Deze handelwijze is vertaald in ‘witwassen’.
