21 Juli
2006
De Volkskrant
‘Wie zit alleen vast?
Meneer Van den Berg’
Reportage Van onze verslaggever Bor Beekman
AMSTERDAM
- Of hij een lange of een korte gevangenisstraf krijgt, René van den
Berg is nog niet van zijn daden verlost. ‘Als hij vrij komt, begint het
circus pas.’
Vijf jaar cel geëist tegen belegger
‘De
Turk is er ook weer’, constateert een gedupeerde belegger op de
publieke tribune. ‘De Turk’, een wat gezette man in een lichtroze
poloshirt, loopt naar het raam dat hem van de rechtszaal scheidt en
stelt zich zo op dat hij goed zicht heeft op René van den Berg, en die
op hem. De bewakers zijn meegelopen en houden hem in de gaten.
Woensdag
op de eerste dag van de strafzaak tegen de beleggingsgoeroe, gedroeg de
Turk zich intimiderend. ‘Het is geen vriend’, is het enige dat een
familielid van Van den Berg erover wil zeggen.
Bijna een jaar
geleden, toen Van den Berg in hoger beroep ging tegen zijn
faillissement, zette het publiek nog spontaan een applaus in bij de
binnenkomst van hun superbelegger.
Vandaag niet. De publieke
tribune is voor de helft gevuld met familie en aanhang, mensen die zich
‘tennisvrienden’ noemen en enkele gedupeerde beleggers. De
gevangenispredikant uit het huis van bewaring waar Van den Berg bijna
een jaar verblijft, zoekt kort voor aanvang van de zaak mevrouw Van den
Berg op. De echtgenote van de verdachte, zelf medeverdachte, geeft hem
een kindertekening mee voor haar man.
‘René is de meest
voorbeeldige gevangene’, zegt de stiefzoon van Van den Berg trots. ‘Hij
is daar met iedereen bevriend, hij geeft zelfs tennisles’.
‘Tafeltennis neem ik aan’, zegt een gedupeerde belegger zachtjes.
Dat
aimabele karakter van de verdachte, schetst de officier van justitie
even later, was onderdeel van het probleem. Iedereen wilde wel bij die
‘Abramovitsj van het tennis’ horen. Van den Berg leek zich te gedragen
als de steenrijke eigenaar van de Britse voetbalclub Chelsea. Maar de
‘tennismecenas’ pompte zijn tientallen miljoenen euro’s slechts rond en
hield zijn piramide van beleggers voor dat de torenhoge winsten
voortkwamen uit grondprojecten in Tjechië. Projecten die niet blijken
te bestaan.
‘Wie is er beter van geworden’, vraagt de officier
zich af. Hij constateert dat een groep beleggers 44 miljoen euro armer
is geworden en een andere juist 37 miljoen rijker; in feite bezit die
ene groep het geld van de andere. En het verschil tussen die twee
bedragen is zoek, op de 1,9 miljoen euro in contanten na die Van den
Berg na het faillissement op een Zwitserse bankrekening stortte.
De eis van het OM, vijf jaar onvoorwaardelijk, is veel hoger dan de
familie verwachtte.
Van
den Bergs advocaat Korvinus stelt in zijn verweer dat er van oplichting
geen sprake kan zijn, omdat de beleggers enkel een hoog rendement
verwachtten, en dat kregen ze ook altijd. Daar komt bij dat het ze het
vaak niet eens interesseerde waar en of er werd belegd, als ze maar dat
hoge rendement kregen. En dat kregen ze ook, tot zijn cliënt failliet
ging en de rendementen niet meer kon opbrengen. ‘Daarna maakte hij rare
sprongen, als een kat in het nauw’.
Toch waren er ook mensen
rond Van den Berg die op eigen initiatief geld inzamelden, en daarover
commissie rekenden. En waar zijn die ‘rayonhoofden’ vandaag?
Ook
zoek is de mysterieuze Joegoslaaf Dragan P., die nog miljoenen van Van
den Berg zou hebben. Hij is zoek omdat hij niet bestaat, zegt de
officier.
Van den Berg heeft het laatste woord. ‘Hoe lang heb
ik’, vraagt hij aan de rechter. ‘Hoe lang wilt u’, antwoordt deze. Van
den Berg leest van een papiertje. ‘Waarom is er in de financiële
wereld, waar zo veel kennis is, nooit op gewezen dat René van den Berg
iets deed wat niet zou mogen? Al die bankmedewerkers en commissarissen.
René van den Berg heeft hun zakken gigantisch gevuld. En wie zit nu
alleen vast? Meneer René van den Berg’.
Zijn echtgenote zit
voorovergebogen te snikken. Van den Berg noemt de ‘afpersingen en
bedreigingen’ waar hij en zijn familie mee kampen. Hij is ‘een gelovig
mens’, zegt hij snikkend. ‘Ik heb altijd gezegd: geef me maximaal 10
procent van je vermogen.’
Na afloop ziet een ‘tennisvriend’ weinig reden tot optimisme. ‘Als René
vrij is, begint het circus pas echt.’
